Jachttraining
Door Carla van
Nunen-Meijer
Van nature is de Toller
een jachthond en u zult merken dat u de reeds aanwezige
aanleg slechts verder uit hoeft te bouwen. Net zoals de
andere Retrievers is het een hond, die werkt na het schot,
d.w.z. dat hij gebruikt wordt voor het opsporen en
apporteren van (aan-) geschoten wild.
Dit apporteren wordt in
de jachttraining op allerlei verschillende manieren
geoefend, dit houdt in: met diverse soorten apporten (wild
en dummy’s), op diverse terreinen en in diverse situaties.
Zeker voor een Toller is deze afwisseling noodzakelijk.
Voordat u start met jachttraining moet u beseffen dat het
redelijk intensief is voor hond èn baas. Houd u er rekening
mee dat de hond vaak smerig en nat zal terugkomen van de
training.
Verder is het veelal het
meest praktisch om met dummy’s te trainen. Maar let hierbij
wel op dat een dummy geen speelgoed is!! Laat deze dan ook
niet ergens liggen waar de hond er mee kan spelen of op kan
kauwen. Dit voorkomt tevens dat hij later met het
geapporteerde wild zal gaan spelen.
Ook hier geldt, dat het beter is iedere dag even te trainen dan ineens heel lang. Zorg voor voldoende afwisseling in uw training; voor een Toller is variatie heel belangrijk. Beloon uw hond zeer uitbundig als het goed gaat. Als uw Toller een nieuwe oefening niet meteen of niet meer begrijpt, doet u dan een stap terug in de training. Door een stapje terug te doen, is de kans groot dat de oefening de volgende keer wel goed gaat. Beëindig de training altijd met een oefening die de hond goed kent en waarschijnlijk dus ook goed uitvoert. Op die manier blijft de hond (en ook de baas) een goed gevoel over houden aan de training en zorgt u er voor dat uw Toller het leuk blijft vinden.
Verloren apport
Als uw hond al kan
apporteren (zie hoofdstuk “Uw Toller leren apporteren”),
kunt u nu een stapje verder gaan. Tot nu toe heeft uw hond
steeds gezien, dat u een dummy of een ander apport
weggooide. Nu kunt u gaan trainen op zogenaamde verloren
apporten, de hond zal hierbij zijn neus moeten gebruiken.
Dummy’s zijn hiervoor bruikbaar, maar hier zit weinig lucht
aan en dus voor de hond moeilijker te ruiken. U kunt de hond
helpen door hier een konijnenvel of een eendenvleugel omheen
te doen of door de dummy in te spuiten met speciaal hiervoor
verkrijgbare busjes met wildgeur. Op deze manier zal de hond
in de toekomst ook gemakkelijker wild pakken.
Verstop voor dit
verloren apport een dummy op een grasveld met wat hoge
begroeiing of in een stukje bos. Vele Retrievers zoeken van
nature systematisch het terrein af, door slagen te maken.
Naarmate een hond meer ervaring heeft, komt dit systeem meer
naar voren en weet hij beter in te schatten hoe ruim hij
moet zoeken. Door deze manier van zoeken, vangen ze het
beste een geurspoor of verwaaiing op. Let u bij deze
oefening goed op de windrichting; door te gaan trainen met
tegenwind zal uw Toller het apport veel eerder ruiken. Later
kunt u ook gaan trainen met zijwind of zelfs met wind mee.
![]() |
Bodhi met zijn gewonnen bekers
|
Apport uit diep water
Dit gaat in principe
hetzelfde als apport te land. Laat hierbij een helper een
dummy in het water gooien, terwijl uw Toller naast u zit te
wachten. Op het moment dat de dummy in het water ligt, geeft
u het commando “apport”. Uw Toller zal dan naar de dummy toe
zwemmen, deze pakken en terugkomen. Het is echter heel
belangrijk dat de hond zich niet uitschudt, vóór hij het
apport heeft afgegeven. U traint dit door te beginnen met de
dummy kort bij de waterkant al van de hond aan te pakken.
Als dat goed gaat, loopt u hem de volgende keer tot de oever
tegemoet en laat hem dan enkele passen volgen, zonder dat
hij zich uit mag schudden. Daarna kunt u deze afstand
langzaam vergroten. Als de hond zich toch uit wil schudden,
zegt u krachtig “nee”, geeft hem de dummy weer in de bek en
laat hem opnieuw voor komen.
Start met dit onderdeel te trainen op een water zonder stroming met felgekleurde dummy’s en korte afstanden, later kunt u dan groene dummy’s of wild gebruiken en de afstanden vergroten.
Markeerapport
Bij het markeerapport
gaat het er juist om dat uw hond het apport ziet vallen. Hij
moet dan de valplaats onthouden en, na uw commando, er via
de kortste weg naar toe gaan. Als het goed gaat zal hij
verder niet meer hoeven te zoeken en direct naar de
valplaats toe lopen. Onderschat dit echter niet, zeker op
grotere afstanden of een iets minder vlak terrein zien we
vaak dat de hond hier problemen mee heeft.
Om dit te trainen zoekt
u in het begin een “vlak” veld, met weinig begroeiing, zodat
uw hond het apport al op enige afstand ziet liggen. Later
kunt u dan overgaan naar een minder vlak terrein. Laat nu
een helper een dummy opgooien als hij zeker weet dat uw
Toller op zit te letten (eventueel kan hij hierbij zijn
aandacht trekken door de naam van de hond te roepen). Als de
dummy enkele tellen op de grond ligt, geeft u het commando “apport”.
Laat uw hond de dummy niet vinden door verloren zoeken. Als hij niet onthouden heeft waar het apport gevallen is, laat dan de helper de dummy weghalen en voer de oefening opnieuw uit. Op deze manier leert uw hond beter op te letten en te onthouden.
Apport over diep
water
Start met het trainen
van apport over water met een gemakkelijk water, dus een
niet te breed water met lage kanten. Ga met uw Toller dicht
bij de waterkant staan en laat een helper aan de overzijde
plaats nemen. Laat de helper dan de aandacht van de hond
trekken en daarna de dummy duidelijk zichtbaar opgooien. Uw
Toller zal de dummy graag willen gaan halen en u stuurt hem
dan ook vooruit met het commando “over”. Als hij halverwege
nog twijfelt of zelfs terug wil komen, laat dan de helper
weer de aandacht van de hond proberen te trekken en de dummy
nogmaals opgooien, terwijl u opnieuw het commando “over”
geeft. Eenmaal bij de dummy zal uw Toller deze oppakken en
naar u terug brengen, indien nodig kunt u in het begin hier
nog het commando “kom voor” geven. Let ook hier op dat de
hond zich niet uitschudt vóór hij het apport heeft
afgegeven.
Op het moment, dat uw hond op deze manier het commando “over” goed begrijpt en het apport gaat halen, legt u het apport onzichtbaar voor de hond weg. Zorg echter dat er (zeker in het beginstadium) altijd een apport ligt, op deze manier krijgt uw Toller zelfvertrouwen. U kunt dit nu ook op een breder water gaan trainen, maar let er altijd op, dat uw hond goed in en uit het water kan.
Dirigeren
Het trainen van
dirigeren wordt opgebouwd in drie fases, namelijk het
vooruit sturen, het stoppen op commando en het op commando
naar links of rechts gaan.
Het in een rechte lijn
vooruit sturen is op een aantal manieren te trainen. Men kan
starten met het duidelijk zichtbaar wegleggen van een dummy
op een afstand van enkele tientallen meters. Houd dan uw
linkerarm gestrekt langs het hoofd van uw Toller, pas als
hij de goede kant opkijkt, geeft u het commando “vooruit”. U
kunt dit ook trainen door gebruik te maken van natuurlijke
rechte lijnen als paden of afrasteringen, of door de dummy’s
te markeren met pionnen. De training kan in een later
stadium uitgebouwd worden door te trainen op een open veld
(zonder pionnen) en uiteindelijk de hond over een afstand
van 100 à 200 meter vooruit sturen.
Tijdens het dirigeren
moet u uw Toller kunnen stoppen door op de (rol)fluit te
blazen. Dit kunt u uw hond als volgt leren; laat hem
aangelijnd volgen en geef op een bepaald moment korte
fluittoon op uw rolfluit gevolgd door het commando “down”
(of “af”), tegelijkertijd steekt u uw rechterhand in de
lucht. Al snel zal de hond deze fluittoon samen met het
handgebaar begrijpen en kunt u het commando “down” weglaten.
Het vervolg is dan dat u uw Toller opnieuw laat volgen, op
uw fluit blaast en (eventueel) het commando “down” roept.
Als de hond gaat liggen, laat u onmiddellijk de riem los en
loopt een aantal meters door. Dan draait u zich om en fluit
de hond voor. Op deze manier zal de hond al snel ook op
grotere afstanden dit commando begrijpen.
De volgende stap is het
naar links en rechts sturen van uw hond. Leg uw Toller voor
deze oefening ergens weg. Gooi vervolgens duidelijk
zichtbaar een dummy enkele tientallen meters links en een
dummy enkele tientallen meters rechts van hem weg. Dan gaat
u op een afstand van ongeveer 10 meter voor de hond staan
en strekt u uw arm links (of rechts) en geeft vervolgens het
commando “naar links” (of “naar rechts”). Breng hem daarna
weer terug naar de beginpositie en stuur hem de andere kant
op.
Als dit goed gaat kunt u
uw hond vooruit sturen, stop fluiten en dan naar links of
rechts sturen. U kunt deze oefening later uitbreiden over
grotere afstanden of met andere variaties.
Bron: Boek, De Nova Scotia Duck Tolling Retriever, Beeld van een bijzonder ras, Door: J. Gieskens
