Fietsen

Leer uw Toller naast de fiets lopen
Nederland en België zijn bij uitstek geschikte landen om te fietsen. Daar wordt dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Niet alleen is een fiets een heel praktisch vervoermiddel, ook ziet u tijdens het fietsen veel meer van de omgeving dan in de auto en bovendien is het erg goed voor onze gezondheid. Nu zijn Tollers heel goed te combineren met een gezellig stuk fietsen met de hele familie, of om gezellig met z’n tweetjes op pad te gaan. Daarvoor zijn er diverse manieren. Er zijn tegenwoordig hele mooie fietskarretjes te koop. U kunt uw Toller heel gemakkelijk leren om daar tijdens de rit op zijn gemak in te blijven zitten. Maar of dit nu bevorderlijk is voor zijn conditie, waag ik te betwijfelen. U kunt de actievere Toller (en dat zijn ze natuurlijk allemaal!) prima leren om naast de fiets mee te lopen.

 

Het wennen aan de fiets.
fietsentoller3Het wennen aan de fiets is het makkelijkst met een pup of een jonge hond. Vooral de inprentingsfase is heel geschikt om het pupje vast te laten wennen aan dat enge ding dat zo gemakkelijk omvalt en een vreemd geluid maakt als het beweegt. Maar een wat oudere hond is ook heel goed nog iets aan te leren. Natuurlijk begint u niet een hond van 12 jaar nog eens te leren lopen naast de fiets. Dan is het te laat. U begint heel simpel de fiets neer te zetten in de tuin. Laat uw hond er aan snuffelen en laat de fiets daar rustig staan zonder er verder iets mee te doen totdat uw hond de fiets net zo normaal vindt als bijvoorbeeld de tuinstoelen. Een hond die erg angstig reageert op de fiets, kunt u lokken met een brokje of een speeltje. Op het moment dat hij het dichtste bij de fiets is, wordt hij uitbundig beloond en speelt u even met hem. Dwing hem niet om dichter naar de fiets toe te gaan dan hij zelf wil door hem bijvoorbeeld in zijn nekvel te grijpen, dat zal alleen maar averechts werken. Gaat dit goed, begin dan langzaam de fiets heen en weer te wiebelen op het moment dat hij naar de fiets kijkt. Zorg er natuurlijk wel voor dat de fiets niet kan vallen, want dan moet u weer van voren af aan beginnen. Ga hier weer mee door totdat uw Toller ook dit heel normaal vindt en dichtbij komt terwijl u met de fiets wiebelt. Laat uw hond niet naar de fiets bijten of er tegenop springen. Als hij dit onderweg ook zou doen, zijn de gevolgen misschien niet te overzien.

De volgende stap is het mee naar buiten nemen van de fiets en de hond. Het is gemakkelijk als er iemand met u mee gaat zonder fiets, die kan ingrijpen en de hond overnemen als dat nodig is. U neemt de fiets nu aan uw linkerkant (voor de meeste mensen enigszins onhandig, maar wel noodzakelijk) en uw hond aangelijnd aan de rechterkant. U loopt nu zelf tussen de hond en de fiets in.Doe de hond niet aan de slipketting, maar het liefst aan een gewone leren halsband, die zo strak zit dat hij zijn kop er niet uit kan trekken. De slipketting is gevaarlijk tijdens het fietsen.

Loopt uw hond rustig mee, dan stapt u op de fiets en stept een klein stukje terwijl u de hond aangelijnd rechts houdt. Honden naast de fiets lopen altijd aan uw rechterkant. Dit zorgt ervoor dat u tussen uw hond en het voorbijrijdende verkeer rijdt. Dat is veel veiliger voor de hond.

Met pups en jonge honden kunt u nu even niet verder maar herhaal het laatste deel regelmatig (als het kan iedere week) zodat uw hondje dit een heel gewone zaak vindt.


 
Wanneer kunnen we echt stukken gaan fietsen?
Het lopen naast de fiets in constant hetzelfde tempo en op de harde ondergrond is heel erg belastend voor uw hond. Het stelt hoge eisen aan hun botten, gewrichten, pezen, spieren en natuurlijk aan hun conditie. Om dit te kunnen doen moet uw hond dan ook volledig uitgegroeid zijn. De gemiddelde leeftijd waarop u met uw Toller kunt gaan fietsen kunnen we stellen op één jaar. De meeste Tollers zullen dan dusdanig uitgegroeid zijn dat zij het lichamelijk aan kunnen.

Let er natuurlijk wel op dat uw Toller niet te dik is, zet hem desnoods eerst op een dieet. Heel belangrijk is ook dat u zeker een uur voor het fietsen uw hond géén eten geeft. U gaat zelf toch ook niet op een volle maag trimmen? Het is ook verstandig om na het fietsen minimaal een uur te wachten met voeren. Dan is hij weer volledig uitgerust. Te kort voor of na grotere inspanning eten kan een maagdraaiing veroorzaken die vaak dodelijk is.

 

 
Begin in een rustige omgeving.
fietsentollerGaat u voor het eerst echt een stukje met uw Toller fietsen, zoek daar dan een lekker rustig plekje voor. Begin niet in een winkelstraat of op een drukke verkeersweg. Als het dan fout gaat kunt u gewoon uw hond laten schieten als hij bijvoorbeeld plotseling in de remmen gaat of iets dergelijks. Neem de lijn op een dusdanige manier in uw hand dat u hem zo los kunt laten. Wind hem dus niet om uw hand of pols heen, dan zou u gemakkelijk van uw fiets gelanceerd kunnen worden als hij bijvoorbeeld een kat ziet aan de overkant van de straat. De lengte van de lijn moet dusdanig lang zijn dat de kop van uw hond ongeveer maximaal komt waar uw achterwiel is. Op deze manier kan uw hond nooit voor- of achterlangs uw fiets naar de andere kant lopen en zo ongelukken veroorzaken.
Begin nu rustig alleen maar rechtuit te fietsen. Geef het volg-commando. Uw Toller zal waarschijnlijk de neiging hebben om naar rechts te lopen, zover mogelijk bij dat rare ding vandaan. Spreek uw hond bemoedigend toe en laat hem niet te ver van u aflopen. Houd de lijn kort. Loopt hij ook maar één moment netjes, prijs hem dan uitbundig. Probeer door tegen hem te praten, de aandacht van uw hond op u gericht te krijgen.     

Het gemiddelde looptempo van een hond naast de fiets is 10 tot 15 kilometer per uur. Dit is niet eens zo heel erg snel, maar dit is een tempo dat de meeste honden erg lang vol kunnen houden. Zorg er wel voor dat uw hond draaft en niet over gaat in galop. Dat is voor een hond een moordend tempo terwijl de draf regelmatiger en goed vol te houden is. Gaat uw hond toch in galop houd hem dan in.

Pas als rechtuit fietsen goed gaat mag u doorgaan naar de volgende stap.

 

Het nemen van de bochten.
Nu wordt het tijd om wat bochten te gaan oefenen. Begin met het nemen van een bocht naar links. Uw hond heeft dan de buitenbocht en het risico dat u over hem heen fietst is dan klein. Zorg er voor dat hij wel bij u blijft en niet achterblijft. Spoor hem zonodig aan het tempo iets te verhogen en praat tegen hem. Als hij naar u kijkt kan hij het ook meteen zien wanneer u een andere kant op fietst.

Vóór een bocht naar rechts moet u weer de aandacht van uw hond vragen. U neemt de lijn nog iets korter in uw hand zodat zijn snuit niet tussen uw voorwiel in kan komen. De eerste bochten die u neemt zijn nog heel flauw. Later neemt u de bochten steeds scherper. Als het goed gaat beloont u uw hond met uw stem uitbundig, maar kijk wel uit dat hij daar niet te enthousiast van wordt en bijvoorbeeld tegen u op gaat springen.

Gaat dit alles goed, dan mag u naar een rustig fietspad waar af en toe wat mensen komen. Gaat dit ook goed, dan kunt u een rustige openbare weg gaan proberen. Voer het langzaam op. Blijkt dat uw hond daar nog niet aan toe was en wordt hij nerveus of angstig, ga dan rustig een paar stapjes terug en bouw het geheel nog wat langzamer op. Het kost iets meer tijd maar op de lange duur heeft u er wel veel profijt van. U heeft dan een hond die overal aan gewend is en van een knetterende brommer niet op of om kijkt.

 

fietsentoller2

 

Het opbouwen van de conditie.
Een goed getrainde hond kan best een behoorlijke afstand afleggen. Maar een hond waar voor het eerst mee gefietst wordt, zal eerst langzaam naar die afstanden toe moeten werken. Begint u voorzichtig met 5 minuutjes fietsen. In het begin is alles nog nieuw en dat kost hem ook veel van zijn energie. Dit kunt u makkelijk 3 keer per week doen. Dit kan langzaam worden opgebouwd tot u uiteindelijk maximaal 20 kilometer met uw hond kunt fietsen. Ik heb zelf een Tollertje waar ik regelmatig mee ga fietsen. Als wij dan na 16 kilometer gefietst te hebben thuis komen stort ik neer op de bank, maar dan komt zij nog doodleuk met een balletje aanzetten: ‘zullen we spelen?’. Gaat u echter lange stukken fietsen, dan moet u wel hier en daar een rustpauze inlassen. Controleer tijdens die pauzes of zijn voetzooltjes en nagels nog heel zijn en geef uw hond wat te drinken. Met een hond waarvan de voetzooltjes (bijna) door zijn, fietst u natuurlijk niet verder.

Onderstaand geef ik u een voorbeeld van een opbouw van de conditie van uw hond (en misschien ook van u zelf). U kunt ook uw dierenarts vragen om een schema.

Week   1 3 x   6 km. fietsen na   3 km. 15 minuten rusten
Week   2 3 x   7 km. fietsen na   4 km. 15 minuten rusten
Week   3 3 x   7 km. fietsen na   4 km. 15 minuten rusten
Week   4 3 x   8 km. fietsen na   4 km. 15 minuten rusten
Week   5 3x   10 km. fietsen na   6 km. 15 minuten rusten
Week   6 3 x 10 km. fietsen na   6 km. 15 minuten rusten
Week   7 2 x 13 km. fietsen na   7 km. 20 minuten rusten
Week   8 2 x 13 km. fietsen na   7 km. 20 minuten rusten
Week   9 1 x 15 km. fietsen na   7 km. 20 minuten rusten
  na 12 km. 20 minuten rusten
1 x 10 km. fietsen na   6 km. 20 minuten rusten
Week   10 1 x 15 km. fietsen na   7 km. 20 minuten rusten
na 12 km. 20 minuten rusten

 

U ziet dat u in 10 weken tijd uw Toller in een prima conditie kunt krijgen. Fiets wel steeds over verschillende wegdekken (asfalt, straatstenen, tegels, enzovoorts). Lopen naast de fiets is niet alleen goed voor zijn conditie. Voor honden met heupdysplasie is het heel verstandig om regelmatig te gaan fietsen (hiervoor is zwemmen ook erg goed). De voortgaande beweging zorgt voor meer bespiering in de achterhand. Deze bespiering van de achterhand duwt het heupgewricht als het ware in elkaar, waardoor dit beter gaat functioneren. Doe dit natuurlijk dan wel in overleg met uw dierenarts en stel met hem/haar een eigen trainingsschema op.

Houd er ook rekening mee dat naarmate de conditie van uw Toller toeneemt, ook zijn behoefte aan beweging (en voedsel) toeneemt. Het is niet verstandig om met uw hond te gaan fietsen als de buitentemperatuur boven de 20 tot 22° uitkomt. Ook moet u uw hond van tevoren goed uitlaten. Het is heel lastig als uw hond plotseling vol in de remmen gaat omdat hij zijn behoefte moet doen. Let ook goed op voor overdrijving. Uw hond geeft zelf niet snel aan dat hij moe is, maar dan is het meestal al te laat om nog naar huis te kunnen fietsen. Er zit dan niets anders op dan een zeer uitgebreide rustpauze van zeker een uur te nemen en de terugweg heel langzaam te doen.

Het is in Nederland verboden om met 2 honden tegelijk naast de fiets te lopen.

Is uw hond erg onstuimig of heeft u handremmen, dan is een zogenaamde Springer misschien voor u een oplossing. De Springer is een beugel, voorzien van een sterke veer, die naast het achterwiel van een fiets gemonteerd kan worden. Het bijgeleverde lijntje kunt u aan de halsband of het fietstuigje van de hond bevestigen en dan kunt u fietsen zonder uw handen van het stuur te hoeven halen. Eventuele rukbewegingen van de hond worden door de veer opgevangen en de hond kan nooit te ver naar voren lopen. In België is het overigens verboden om te fietsen met één hand aan het stuur. De politie deelt er flinke boetes voor uit. Juist als u in België woont of als u van plan bent daar te gaan fietsen, is het handig om uw hond meteen al aan een Springer te wennen.

 

Bron: Boek, De Nova Scotia Duck Tolling Retriever, Beeld van een bijzonder ras, Door: J. Gieskens