Ziekte van Addison

Inleiding
Het zal je maar gebeuren: je hond is ziek en er wordt bij bloedonderzoek vastgesteld dat de nieren niet goed werken. Omdat de hond telkens slechts tijdelijk reageert op infusen en ondanks het nierdieet telkens weer terugvalt is het advies om de hond te laten inslapen. In de hoop dat een homeopathisch werkend dierenarts een wonder kan verrichten vraag je bij een andere kliniek een second opinion. Dan blijkt dat de hond een andere ziekte heeft, waar het 'nierfalen' het gevolg van is en die heel goed te behandelen is, hoewel niet met homeopathie?. Bovenstaand verhaal is niet verzonnen! Soms kun je een dergelijk 'wonder' verrichten gewoon door heel goed te luistere naar het verhaal van een eigenaar en kritisch te kijken naar het effect van de behandeling van je collega.

Op het verkeerde been...
De ziekte van Addison is een ziekte waarvan de diagnose gemakkelijk over het hoofd gezien wordt. De oorzaak hiervoor is dat de symptomen gemakkelijk verward kunnen worden met die van andere ziekten, waardoor je als dierenarts gemakkelijk op het verkeerde been gezet kan worden. Soms zijn er slechts hele vage symptomen waardoor je als dierenarts en eigenaar duidelijk het gevoel hebt dat er iets mis is met het dier, maar het probleem eigenlijk niet goed te definiëren is. Bij dit soort aandoeningen is het verhaal van een eigenaar voor ons als dierenarts zeer belangrijk. Soms zijn het hele kleine dingen, of op het eerste gezicht opmerkingen van weinig betekenis die je op het idee van een dergelijke aandoening kunnen brengen. Gelukkig hebben wij bij ons in de kliniek de gewoonte om uitgebreid met u over uw hond of kat te praten (anamnese) en uw verhaal ook serieus te nemen, hoe onverklaarbaar sommige dingen die u als eigenaar vertelt in eerste instantie soms ook lijken. Dat heeft te maken met de manier van werken die we ons als (tevens) homeopathisch werkend dierenarts eigen hebben gemaakt. En ook al behandelen we de ziekte van Addison helemaal niet met homeopathie, we doen dus toch ons voordeel met de specifieke manier van aanpak! Verder zijn we, omdat onze kliniek regelmatig voor een second opinion wordt bezocht en door onze ervaring met het feit dat de diagnose soms gemakkelijk gemist kan worden extra alert geworden op aanwijzingen voor deze ziekte.

Te traag werkende bijnierschors
De ziekte van Addison ontstaat door een onvoldoende werking van de bijnierschors. Dit wordt wetenschappelijk aangeduid met de term 'hypoadrenocorticisme'. De bijnierschors maakt twee soorten corticosteroïden: de glucocorticosteroïden en de mineralocorticosteroïden. Bij de ziekte van Addison is er een tekort aan beide soorten corticosteroïden. Het tekort aan mineralocorticosteroïden veroorzaakt een verschuiving van de electrolytenbalans in het bloed. Er ontstaat een tekort aan natrium en een overmaat aan kalium in het bloed. Het tekort aan natrium leidt tot vochtverlies en een daling van de bloeddruk. De overmaat aan kalium heeft een vertraagde hartslag tot gevolg. Tel deze effecten bij elkaar op en we zien een dier met een slechte circulatie met alle gevolgen van dien. Het tekort aan glucocorticosteroïden veroorzaakt algehele malaise en een suikertekort in het bloed. Alles bij elkaar voldoende om je als hond of kat flink beroerd en slap te voelen! De ziekte komt voor zover we weten vaker bij honden dan bij katten voor en bij honden zien we het vaker bij teven dan bij reuen. Waardoor de bijnierschors onvoldoende werkt is in veel gevallen onduidelijk. Er wordt onder andere gedacht aan een autoimmuun ziekte waardoor de bijnierschors beschadigd raakt. Het abrupt stoppen van het toedienen van prednison of aanverwante stoffen kan ook een oorzaak zijn (zie Prednison). De oorzaak kan ook liggen in een 'fout' van de hypofyse (= het orgaantje in de hersenen dat de bijnier moet aansturen). Bij dieren die behandeld zijn voor de ziekte van Cushing met Lysodren® ontstaat door het vernietigen van de bijnierschors ook het beeld van de ziekte van Addison. Vandaar dat na deze behandeling er eigenlijk altijd levenslang hormonen toegediend moeten worden.

Symptomen
Zoals gezegd zijn de symptomen nogal verschillend en niet echt specifiek voor de ziekte. Ze kunnen variëren van zeer ernstige levensbedreigende symptomen tot milde symptomen die komen en gaan. Bij een acute crisis zien we een patiënt die plotseling collabeert: het dier is slap, koud, uitgedroogd en heeft een trage en zwakke pols. Een soort shock toestand dus. Frappant is, dat als je zo'n patiënt behandeld zoals je logischerwijs zou moeten doen als dierenarts (ook al heb je op dat moment geen diagnose), namelijk met infusen en eventueel corticosteroïden, het dier in zeer korte tijd enorm opknapt! Wordt de behandeling gestaakt, dan kan het dier weer helemaal terugvallen. Dit feit moet de oplettende dierenarts al aan het denken zetten. Minder duidelijk is het als het dier komt met klachten als chronisch braken, af en toe diarree, bloed in de ontlasting, recidiverende buikpijn, sloomheid, vermageren en een slechte eetlust. Deze symptomen doen in eerste instantie denken aan een probleem in het maagdarmkanaal, of aan een nierprobleem. Dat laatste zal zeker het geval zijn als de eigenaar ook nog vertelt dat het dier de laatste tijd wat meer drinkt en plast. En vaak vinden we ook wat verhoogde nierwaarden in het bloed! Dit is echter een secundair effect van het tekort aan vocht en de te lage bloeddruk, hetgeen een slechte doorbloeding van de nieren veroorzaakt. Soms hebben de dieren een soort flauwtes, die foutief geïnterpreteerd kunnen worden als epilepsie aanvallen. En soms zien we aanvallen van rillen en geringe slapte. Kortom de verschillen zitten hem soms in hele kleine dingen in het verhaal van de eigenaar of het klinisch onderzoek, waardoor we op het spoor van 'Addison' komen.

Diagnose
De diagnose stellen we door middel van een bloedonderzoek. De bevindingen van een te hoog kaliumgehalte en een te laag natriumgehalte in het bloed samen met het typische klinische beeld is zeer sterk verdacht. De diagnose is echter pas zeker na het uitvoeren van een zogenaamde ACTH-stimulatietest. Hierbij meten we de uitgangswaarde van de cortisolspiegel in het bloed, waarna we een hormoon (AdrenoCorticoTroopHormoon of ACTH) inspuiten (rechtstreeks in de bloedbaan) die normaliter de bijnierschors stimuleert tot het maken van cortisol. Een uur later nemen we nogmaals bloed af en er wordt nogmaals een cortisolspiegel bepaald. Aan de hand van de uitgangswaarde en de reactie op de hormooninjectie kunnen we dan zien of de bijnierschors voldoende werkt.

Bovenstaande tests doen we natuurlijk pas als er al een verdenking is op de ziekte van Addison. Bij een bloedscreening kunnen andere afwijkingen in het bloed ook reeds in de richting van de ziekte wijzen, zoals verhoogde nierwaarden, een verlaagd suikergehalte, een verhoogd calciumgehalte, een verhoging van het aantal witte bloedcellen en een geringe bloedarmoede.

Therapie
De behandeling is een levenslange toediening van de glucocorticosteroïden en de mineralocorticosteroïden die het dier tekort komt. Dit gebeurt in de vorm van het toedienen van twee soorten tabletten. Verder is het zinvol om een kleine hoeveelheid zout aan de voeding toe te voegen. Het toedienen van corticosteroïden staat ons als diereigenaar en dierenarts altijd enigszins tegen. We moeten ons echter realiseren dat bij deze patiënten er een tekort is aan deze stoffen. Door het toedienen van de corticosteroïden bootsen we de normale situatie weer na. Er is dus geen sprake van een overmaat aan deze stoffen bij deze patiënten. De nare bijwerkingen die we kennen van het toedienen van corticosteroïden (prednison) zoals veel drinken en plassen, toegenomen eetlust, zwaar worden etc., zullen we dan ook niet zien! De behandeling van een zogenaamde 'Addison-crisis', waarbij de hond een echte collaps heeft bestaat uit het toedienen van intraveneuze infusen en corticosteroïden door de dierenarts. Een dergelijke collaps is een spoedgeval, het is namelijk een levensbedreigende situatie. Nadat de crisis weer onder controle is, wordt de behandeling voortgezet met de beschreven tabletten. De prognose is goed, in de meeste gevallen reageren de dieren heel goed op de behandeling en kunnen ze een normaal leven leiden. Alle aandoeningen die tot uitdroging of shock kunnen leiden (bv. ernstige diarree, bloedverlies) vormen bij deze dieren natuurlijk wel een extra risico.

N.B.
Onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

Bron: WHG Dierenartsen