Levershunt

Bron: Vereniging de Berner Sennenhond
Dit artikel is ook van toepassing op de Nova Scotia Duck Tolling Retriever

Wat vooraf ging (clubblad Juni 2005)
In 2002 en 2003 werden enkele leden van de Vereniging de Berner Sennenhond (VBSH) geconfronteerd met Levershunt in de door hun gefokte nesten. Bij consultering van de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht hoorden zij, dat Levershunt bij Berners wel vaker voorkwam. In 1993 is reeds de eerste Berner aan shunt geopereerd in de faculteitskliniek; inmiddels zijn in Utrecht 15 Berners aan een levershunt geopereerd. Hier zitten ook honden bij die niet binnen de VBSH gefokt zijn. Ook in Amerika, Zwitserland en de Scandinavische landen komt steeds vaker Levershunt voor; de onderzoekers van de faculteitskliniek hebben contacten met onderzoekers in deze landen.

Wat is levershunt (Clubblad Juni 2007)
Zolang als de pups in de baarmoeder van de teef zitten worden diverse functies door de teef verzorgt hetzij omdat bepaalde organen nog niet volledig ontwikkeld zijn, hetzij omdat deze nog niet nodig zijn, zoals bijvoorbeeld de longen. Ook de functie die de lever heeft nl. het filteren van het bloed op voor het lichaam giftige stoffen, hoeft pas te gaan werken, zodra de pup geboren is. Omdat circulatie van bloed noodzakelijk is, is er tijdelijk een extra bloedvat aanwezig (shunt) waardoor bloed kan circuleren zonder dat dit door de lever hoeft te gaan. Dit bloedvat loopt bij grotere honden (zoals de Berner) meestal door de lever heen, bij kleinere rassen vaak buiten de lever om.
Na de geboorte van een pup wordt dit bloedvat langzaam afgesloten, zodat steeds meer bloed door de lever moet gaan stromen.
Nu blijkt dat dit extra bloedvat, "shunt" genaamd, soms niet afgesloten wordt. Dat betekent dus dat:

· het bloed niet gezuiverd wordt door de lever,

· de lever niet gestimuleerd wordt om te groeien en

· de pup langzaam steeds meer giftige stoffen in het bloed krijgt, waaronder ammonium.

Een pup met een levershunt begint op een leeftijd van circa 3 maanden de eerste ziekteverschijnselen te vertonen. Op een leeftijd van 8 weken is er over het algemeen nog weinig zichtbaar. Ze zijn misschien wat kleiner dan hun nestgenoten, maar niet afwijkend. Naarmate de hond meer gaat eten zullen de vergiftigingsverschijnselen in de tijd toenemen. De pup zal eerst slomer zijn, minder snel groeien, meer drinken en plassen, rondjes gaan draaien, tegen een muur lopen en daardoor heen willen lopen en uiteindelijk in coma raken, waarna de dood volgt.
De volgende verschijnselen zijn waargenomen bij Bernerpups met een Levershunt: heel veel drinken, niet zindelijk, blaasontsteking, geen eetlust, erg misselijk na het eten, heel overdreven druk, aanvallen lijkend op epilepsie, diarree, niet of te weinig aankomen in gewicht. De klachten verergeren naarmate de pup ouder wordt en meer gaat eten. Meestal wordt bij bovengenoemde klachten antibiotica gegeven en een eiwit-arm dieet voorgeschreven. De hond knapt hier dan tijdelijk van op.
Levershunt wordt vaak over het hoofd gezien, omdat veel dierenartsen niet weten dat het ook bij Berners voorkomt. Vaak wordt het dan gezien, als zijnde problemen met het auto-immuunsysteem.
Een pup met levershunt zal ook meestal sterven op jonge leeftijd (vaak voor 1 jaar oud) als er operatief niet ingegrepen wordt. De kans van slagen van een operatie bij de Berner is beperkt omdat de shunt meestal door de lever loopt waardoor het "handmatig" gedeeltelijk en vervolgens geheel afsluiten van de shunt niet of nauwelijks mogelijk is. Bij kleinere rassen zoals de Cairn Terriër is die kans groter omdat daar het bloedvat meestal buiten de lever omloopt.

Erfelijkheid (Clubblad Juni 2007)
Ook bij andere hondenrassen komt levershunt voor. Gebleken is dat deze afwijking erfelijk is. Dat wil zeggen dat deze afwijking wordt doorgegeven van ouderdieren naar de pups.
De erfelijke aanleg is vastgelegd in de genen. Genen zijn kleine gebiedjes met erfelijke informatie die liggen in de chromosomen (chromosomen kun je voorstellen als twee lange strengen die om elkaar gedraaid zijn: de ene streng komt van moederszijde de andere van vaderszijde).
Bij vererving kunnen eigenschappen dominant aanwezig zijn of recessief.
Een Dominante eigenschap (in de tekening aangeduid met een hoofdletter), wil dat zeggen dat indien de eigenschap in de pup in één van beide chromosomen, dus óf van vaderskant óf van moederskant aanwezig is, de eigenschap tot uiting komt. Bij Recessieve eigenschappen (in de tekening aangeduid met een kleine letter) moet van beide ouders de eigenschap worden meegegeven anders komt de eigenschap niet tot uiting.
Bekend is ook dat vererving van levershunt recessief gebeurt, hetgeen betekent dat een pup pas een levershunt lijder wordt als van beide ouders deze eigenschap wordt meegegeven. In figuur 1 betekent dit, dat in het eerste voorbeeld geen levershunt voorkomt. In het tweede voorbeeld bestaat er een kans van 25% dat een pup levershunt lijder is (ss).
Dit wil niet zeggen dat er ook werkelijk pups met een levershunt geboren worden. Dit is te vergelijken met aantallen reutjes en teefjes die in een nestje geboren worden. Volgens de kansberekening zouden dat, 50% reutjes zijn en 50% teefjes, er worden echter ook nestjes geboren met alleen teefjes of alleen reutjes.

Figuur 1: Voorbeeld vererving levershunt
Voorbeeld 1
S = Levershunt vrij
s = Levershunt

    Reu
 Teef     S S
 S  SS 25% SS 25%
 s  sS 25% sS 25%

Voorbeeld 2

S = Levershunt vrij
Ss = Levershunt drager
ss = Levershunt lijder

    Reu
 Teef     S s
 S  SS 25% Ss 25%
 s  sS 25% ss 25%


Uit figuur 1 blijkt verder dat:

1. indien één van beide ouders vrij is van het levershunt gen (SS), er ook geen pups met levershunt geboren kunnen worden (voorbeeld 1),

2. dat uit twee ouders die drager (Ss) zijn, pups geboren kunnen worden die helemaal vrij zijn van het levershunt gen (meest linkse pup in voorbeeld 2),

3. dat een levershunt alleen kan voorkomen als beide ouders drager zijn.

Hoe moet je testen op levershunt
Of een pup lijdt aan levershunt kan met behulp van een bloedtest op ammoniak redelijk goed vastgesteld worden. Hiertoe wordt bij een nuchtere pup door een dierenarts, die de test uit kan voeren, bloed afgenomen en getest (lijst dierenartsen, zie elders binnen het stuk Levershunt). Indien blijkt dat de ammoniakwaarde (veel) te hoog is, wordt er nader onderzoek gedaan. Nader onderzoek omvat onder andere een ammoniaktolerantie-test en een echo om uit te sluiten dat de hogere ammonium-waarde geen andere oorzaak heeft.
Indien de bloedtest op ammoniak negatief is (pup lijdt niet aan een Levershunt), wil dit niet zeggen dat deze vrij is van het levershunt gen. Dragers (zie figuur onderdeel Erfelijkheid) zullen geen verhoogde ammoniakwaarden laten zien en functioneren normaal.

Met de test kan je dus alleen lijders van levershunt aanwijzen!
Om een indicatie te geven van de te verwachten kosten: de kosten voor de ammoniaktest is ca. 15,- euro, de kosten van het echo-onderzoek bedragen ca. 90,- euro, een operatie van een levershunt incl. onderzoeken, medicatie, etc. kan oplopen tot ca. 1.800,- euro of meer.

Onderzoek (Clubblad Juni 2007)
Het onderzoek naar Levershunt is eigenlijk bij andere rassen gestart (voornamelijk bij de Cairn terriër). In het onderzoek dat door Dhr. Rothuizen is uitgevoerd, is onder andere gefokt met een Cairn terriër die lijder was. Er zijn in het verleden 3 proefnesten gefokt en hieruit bleek dat de wijze van vererving veel ingewikkelder was dan oorspronkelijk werd aangenomen (er zijn waarschijnlijk dus meer factoren aanwezig dan alleen die in figuur 1 zijn aangegeven). Wel werd het bewijs geleverd dat levershunt een erfelijke afwijking betreft.
Vanaf 1993 is bij de vereniging van Cairn terriërs Levershuntcontrole verplicht gesteld als voorwaarde voor het in aanmerking komen voor pupinformatie. Uit deze testresultaten bleek dat de levershunt zeer verspreid over de populatie voorkomt. Omdat iedereen kennis kan nemen van alle testresultaten is het voor alle fokkers duidelijk dat vandaag de ene fokker een levershunt fokt en de volgende week een ander. Met de gegevens die voorhanden waren kon niet meer gesteld worden dat in een bepaalde lijn nooit een levershunt voor zal komen.
Mede door het grote percentage aan geteste pups bij de Cairn terriërs (meer dan 90%) is het percentage aan lijders van 3% in 1993 gedaald naar 0.5% in 2004. Ondanks pogingen om het percentage nog verder terug te dringen, blijkt de laatste jaren dat het aantal lijders stabiel blijft op 0.5%.
Er zijn op hoofdlijnen twee soorten levershunts; shunts die in de lever liggen (zoals bij de Berner Sennenhond en de Ierse wolfshond) en shunts die buiten de lever liggen (bij kleinere honden zoals de Cairn terriër). De Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren van de Universiteit Utrecht wil de genen die beide typen shunts veroorzaken, opsporen. Het gaat waarschijnlijk om verschillende genen voor beide soorten shunts. De DNA technieken die nodig zijn om deze genen te vinden zijn dezelfde voor beide soorten shunts en daarom kan het onderzoek voor beide soorten efficiënt worden gecombineerd. Het onderzoek concentreert zich op de Berner Sennenhond en de Cairn terriër. De verwachting is dat de gevonden genen straks ook van belang zijn voor shunts in andere rassen. In ieder geval zullen de Berner Sennenhonden en de Cairn terriërs ermee geholpen zijn.

Van de honden met een Levershunt, die bij de faculteit en de VBSH bekend zijn, is in kaart gebracht welke de nestgenoten, ouderdieren en nestgenoten van de ouderdieren zijn. Van deze honden zijn de eigenaren benaderd om mee te werken aan het onderzoek. Hier zitten ook fokkers en eigenaren van Berners bij die geen lid zijn van de vereniging. Van de mensen die benaderd zijn heeft het merendeel te kennen gegeven aan het onderzoek mee te willen werken. Buiten deze groep benaderde leden, kunnen ook anderen meedoen aan het onderzoek.

In het onderzoek vergelijkt men het DNA van dieren met een levershunt (SS) met het DNA van dieren die vrij zijn of drager (SS of Ss). Op deze wijze hoopt men het verantwoordelijke gen te vinden.

Inmiddels is van 80 honden bloed geprikt en opgeslagen voor DNA-onderzoek. Gelijk na het bloedprikken wordt de ammoniak- en galzuurconcentratie in het bloedmonster bepaald. Zijn deze waarden verhoogd, dan kan het zijn dat deze hond een leverafwijking heeft.

Protocol bloedonderzoek Levershunt
1. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de faculteit Diergeneeskunde te Utrecht.

2. Bloed wordt geprikt door een medewerker van de faculteit of door daartoe aangewezen dierenartsen.

3. Na bloedafname worden de waarden van ammoniak- en galzuurconcentratie bepaald. Indien de waarden afwijkend zijn, kan nader onderzoek gewenst zijn.

4. Bloed wordt gebruikt voor DNA-onderzoek naar Levershunt. Het bloed wordt opgeslagen door de faculteit, zodat het ook voor ander onderzoek gebruikt kan worden.

5. Degenen die bij het onderzoek betrokken zijn, hebben een zwijgplicht t.a.v. de individuele uitslagen van de honden.

Fokkerij en Levershunt
In de praktijk blijkt dat het praten over erfelijke afwijkingen/ ziekten een moeilijke zaak is. Iedere fokker wil natuurlijk een zo gezond mogelijke hond fokken en zodra er iets bekend wordt over een bepaalde hond (of dit nu een reu of een teef is) wordt deze al snel in de "besmettelijke hoek" geplaatst. Dit geldt ook voor Levershunt. Als voorbeeld kan hier gegeven worden dat als een teveneigenaar een reu zoekt en deze blijkt drager te zijn van het Levershunt gen, dan gaat de teveneigenaar toch maar verder zoeken (ook al zou deze reu een "perfecte" combinatie geven). Omgekeerd komt het voor dat reu-eigenaren teven weigeren, waarvan bekend is dat deze drager zijn (want als de reu ook drager zou blijken te zijn, wordt de reu misschien niet meer gebruikt!).

Of dit echter de juiste weg is om te komen tot een gezonde Berner is de vraag. De kans is namelijk groot dat, net als bij de Cairn terriër de verspreiding zeer groot is en dat je met openheid sneller op de goede weg zit dan dat gevallen van levershunt worden "gewist".

Bij het CAFA worden de gevallen van Levershunt geregistreerd en deze informatie is ook op te vragen. Het CAFA kan ook aangeven of er een (bekend) risico bestaat op een Levershunt als een fokker een bepaalde combinatie wil maken. De betrouwbaarheid van het advies berust op grote aantallen. Het is daarom van belang dat honden waarvan bekend is dat ze drager zijn, niet "buitengesloten" worden, zeker omdat Levershunt niet het enige probleem is binnen het ras (indien bijvoorbeeld in een nest een pup met zware HD is voorgekomen, worden de ouderdieren ook niet uitgesloten voor de verdere fokkerij!). Wel is het verstandig om alle pups te testen op Levershunt als bekend is dat één van beide ouderdieren drager is.

Hoe verder?
Wordt er een pup/ hond gemeld met het vermoeden Levershunt bij de werkgroep gezondheid dan wordt bloed geprikt en gecontroleerd door de faculteit of daartoe aangewezen dierenartsen. Is er volgens de test mogelijk sprake van een Levershunt dan wordt de eigenaar met hond doorverwezen naar de faculteit en zal het team van dr. Rothuizen in overleg met de eigenaar onderzoeken of het daadwerkelijk een Levershunt betreft.

Is er bij een pup/ hond Levershunt vastgesteld dan kunt u dit melden bij de werkgroep gezondheid. De gegevens van de betreffende hond en de ouderdieren worden door de werkgroep genoteerd en doorgegeven aan het CAFA. Met de eigenaren van de ouderdieren wordt contact opgenomen om mee te werken en bloed af te staan voor het DNA onderzoek.

Lopende het onderzoek wordt er nog geen lijst met namen van dragers van Levershunt bekendgemaakt. Berners welke overleden zijn aan Levershunt worden alleen vermeld in het clubblad in de rubriek "Overlijdensberichten" als de eigenaar daar toestemming voor heeft gegeven.

Onderzoek: huidige stand van zaken
Inmiddels is voor het levershunt-onderzoek van een groot aantal dieren bloed geprikt. Er is een aanvraag voor subsidie van het Utrechtse onderzoeksproject ingediend bij de Amerikaanse Canine Health Foundation, dit is mede ondersteund door een brief van de VBSH. De Canine Health Foundation heeft namelijk een aanzienlijk bedrag weten binnen te halen voor haar fonds voor het gezondheidsonderzoek. De onderzoekers van de faculteit Diergeneeskunde werken nauw samen met een aantal onderzoekers in Amerika. Het geld in het fonds wordt ter beschikking gesteld aan onderzoekers, die een bijdrage aan het gezondheidsonderzoek kunnen leveren. Aan de hand van het ingediende onderzoeksplan wordt beoordeeld welke projecten gefinancierd worden.

Is éénmaal de financiering van het Utrechtse onderzoeksproject rond, dan kunnen er onderzoekers worden aangesteld. Op welke termijn dan aan de hand van DNA-onderzoek duidelijk is welke dieren drager, lijder dan wel vrij zijn van levershunt is niet precies aan te geven, maar ligt naar verwachting tussen een half jaar en 3 jaar.

Momenteel is er een dierenarts in Utrecht bezig met een promotie-onderzoek naar de genetische achtergrond van Levershunts bij de hond. De uitgangssituatie van dit onderzoek is het onderzoeken van een kandidaatgen dat verantwoordelijk is voor het ontstaan van shunts in meerdere rassen waaronder de Berner Sennenhond. Daarnaast wordt er een genome wide scan opgezet ( dit is al het erfelijk materiaal scannen om verschillen tussen lijders en gezonde dieren te zoeken, om een indicatie te krijgen in welke regio mogelijke ziektegenen liggen) voor de Cairn terriër. Redenen om voor dit te kiezen zijn: het frequente voorkomen van shunts bij dit ras en het routinematig verzamelen van gegevens van dit ras door de verplichte test op 6 weken leeftijd. Zo is een grote database ontstaan van familiegegevens die nodig zijn voor zo'n scan. Indien in deze populatie ziektegenen geïdentificeerd zijn, wordt ook gericht gekeken naar andere rassen. Bij de Berner zijn er minder ziektegevallen dan bij de Cairn terriër en wordt er niet consequent getest op deze afwijking. De hoeveelheid onderzoeksgegevens is dan ook aanzienlijk kleiner wat de snelheid van onderzoek niet ten goede komt. Pups van Berner Sennenhonden kunnen preventief getest worden. Informatie over bepaalde kruisingen kan worden opgevraagd bij het CAFA.

Informatie en preventief testen pups
Wilt u meer informatie of wilt u uw pups in de toekomst laten testen met behulp van de ammoniaktest dan kunt u dit opvragen bij de contactpersoon van de werkgroep gezondheid. Het is dan tevens mogelijk om het DNA van de pups op te slaan in de DNA-databank.

De lijst met aangewezen dierenartsen bloedafname Levershunt kan opgevraagd worden bij de vereniging.

Geschreven door: Iris van Deur