Medicijnovergevoeligheid bij Collies en aanverwante rassen

N.B. Deze cliënten hand-out is bedoeld als ondersteuning van het consult door de dierenarts. De tekst gaat ervan uit dat uw huisdier al door de dierenarts is gezien. De adviezen in de hand-out gelden alleen voor dieren bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de dierenarts! Bedenk bij het lezen dat de gezondheidssituatie van uw huisdier anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven. Verder worden al onze hand-outs vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

INLEIDING
Het is al ruim 22 jaar bekend dat er bij Collies en aanverwanten een overgevoeligheid voor bepaalde geneesmiddelen bestaat. Deze overgevoeligheid werd snel duidelijk na de introductie van het geneesmiddel ivermectine, dat indertijd plotseling massaal gebruikt werd ter bestrijding van wormen en andere parasieten. Deze overgevoeligheid werd toen ook voor de eerste keer beschreven bij de Schotse Herdershond (de Collie), waardoor men al snel sprak van een Collie- of ivermectine-overgevoeligheid. Deze termen bleken echter onterecht, aangezien het ook bij meerdere (Collie)rassen en voor meerdere middelen gold dan alleen de ivermectine.

Overgevoelige honden kunnen na toediening of opname van een risicomiddel vergiftigingsverschijnselen vertonen, die vooral betrekking hebben op het zenuwstelsel. Ze kunnen toevallen met spierkrampen krijgen, ze kunnen bewusteloos en zelfs in coma geraken. De hartslag kan vertragen met als gevolg zuurstofgebrek en een daling van de lichaamstemperatuur. Daarnaast kunnen de dieren gaan speekselen, braken of diarree krijgen. Helaas is het al meerdere malen voorgekomen dat een dier overlijdt, na de toediening van een simpel ontwormingsmiddel (met als actieve stof ivermectine).

Boeiend is de vraag waarom nu net de Collie en aanverwanten overgevoelig zijn voor deze middelen. Onderzoek van deze groep gevoelige dieren heeft aangetoond dat ze een fout in hun DNA hebben, meer specifiek in het zogenaamde MDR1-gen. Onderzoekers hebben de verspreiding en herkomst van dit foutieve gen trachten na te gaan en vonden dat deze al voor 1870 bij de Engelse herding sheepdogs moet ontstaan zijn, de voorlopers van onze moderne Collie-rassen. Hierbij kan u ook inbeelden dat door kruisingen (bewust of onbewust) deze foutieve genen ook in andere rassen geïntroduceerd kunnen worden (of al zijn). De wetenschap staat hier niet stil en is dit uitgebreid aan het onderzoeken.

Er bestaan tegenwoordig DNA-testen, waarbij we op voorhand kunnen vaststellen welke honden deze overgevoeligheid vertonen. Dit is niet alleen voor de betreffende hond, eigenaar en dierenarts zeer belangrijke informatie, ook voor de fokkers is dit een doorbraak omdat ze nu bij het fokken kunnen gaan selecteren op dieren die niet aan deze overgevoeligheid lijden.

RASSEN DIE RISICO'S LOPEN
Aanvankelijk werd de medicijnovergevoeligheid vooral beschreven als een probleem bij Collies. Intussen weten we dat niet alleen Collies behept zijn met het gendefect. De rassen waarbij het gendefect in meer of mindere mate voorkomt zijn:

* Schotse Collie
* Shetland Sheepdogs (Shelties)
* Border Collies
* Bearded Collies
* Old English Sheepdogs (Bobtails)
* Australian Shepherd
* Australian cattledog
* Witte en Duitse herders
* Langharige Whippets
* Zijden windhonden
* McNab dog
* Nova Scotia Duck Tolling Retriever

Maar hoe zit het in Nederland met de verspreiding van het gendefect onder bovenstaande rassen? Helaas is daar nog weinig over bekend, omdat er in Nederland hierover nog geen onderzoeken gepubliceerd zijn. Wel wordt vermoed dat het gendefect is ontstaan in Engeland en omdat de oorsprong van veel van deze rassen in Engeland ligt moeten we er zeker van uitgaan dat het defecte gen ook in Nederland aanwezig is. In een onderzoek in Duitsland,Oostenrijk en Zwitserland zijn bij een aantal rassen de volgende percentage lijders gevonden:

* Schotse Collie: meer dan 50%.
* Shetland Sheepdog: meer dan 30%.
* Australian Shepherd: ongeveer 10%.
* Border Collie: ongeveer 1%

HET MDR1 GEN
Honden met een overgevoeligheid voor bovengenoemde medicijnen hebben een defect in het DNA in het zogenaamde Multi Drug Resistence 1 gen (MDR1-gen). Het MDR1-gen zorgt voor de produktie van P-glycoproteine, een stof die ervoor moet zorgen dat allerlei toxische stoffen slechts in geringe concentraties in de hersencellen kunnen voorkomen. Honden met een MDR1 gendefect kunnen de stof P-glycoproteine niet maken, waardoor bepaalde stoffen (in ieder geval de bovenstaande medicijnen) niet uit de hersencellen geweerd kunnen worden. Hierdoor wordt de concentratie van deze stoffen in de hersencellen zo hoog dat ze giftig kunnen worden en voor problemen zorgen.

DNA TESTEN
Op het moment zijn er twee verschillende testen beschikbaar om vast te stellen of het MDR1-defect aanwezig is:

Amerikaanse test: middels een bij het Veterinary Clinical Pharmacology Laboratory te bestellen testkit moet wangslijmvlies worden afgenomen. Dit is door een handige eigenaar zelf goed te doen. Het monster van het wangslijmvlies moet met een aantal gegevens voor onderzoek worden teruggestuurd. Binnen twee weken is de uitslag bekend en wordt via post, fax of email verstuurd. De kosten zijn ongeveer 60 dollar per test, bij vijf of meer tests tegelijkertijd 15 % korting. Meer info via: www.vetmed.wsu.edu/depts-VCPL

Duitse test: hiervoor moet bloed afgenomen worden door de dierenarts (1 ml EDTA bloed), dat vervolgens samen met een aantal gegevens van de hond voor onderzoek naar het Institut fur Pharmakologie und Toxikologie opgestuurd moet worden. Binnen 28 dagen wordt de uitslag via post of email toegezonden. De test kost ongeveer 86 euro, maar dat is exclusief de bloedafname bij de dierenarts. Meer info via: www.vetmed.uni-giessen.de/pharmtox/index.html

MEDICIJNEN DIE PROBLEMEN KUNNEN VEROORZAKEN

Ivermectine is het meest beruchte medicijn, maar er zijn meer medicijnen beschreven die problemen kunnen veroorzaken bij de bovengenoemde rassen:

GENEESMIDDEL WERKING
Acepromazine Kalmeringsmiddel
Butorphanol pijnstiller
Chinidine Ter bestrijding van hartritmestoornissen
Cyclosporine Ter onderdrukking van de werking van het immuunsysteem
Dexamethason Remt ontstekingen en onderdrukt allergische reacties
Digoxine Ter versterking van hartfunctie
Domperidone Tegen misselijkheid en maagklachten
Doxorubicine, Etoposide, Mitoxantrone, Paclitaxel, Vincristine, Vinblastin Celgroeiremmers
Ebastine Ter onderdrukking van allergische reacties
Grepofloxacine, Sparfloxacine Antibiotica, ter onderdrukking van infecties
Ivermectine, milbemycin, selamectin, moxidectin Tegen parasieten zoals wormen, mijten en luizen
Loperamide Ter bestrijding van diarree
Morphine, Buprenorphine, Fentanyl Verdovingsmiddel, vooral pijnstiller
Ondansetron Ter bestrijding van misselijkheid en braken
Quinidine Ter bestrijding van hartritmestoornissen
Rifampicine Antibioticum

 

De middelen welke in het vet gedrukt zijn, zijn geneesmiddelen waarvan is aangetoond dat ze effectief problemen veroorzaken bij de overgevoelige honden. De andere middelen zijn er ernstig van verdacht, waardoor ook hier voorzichtigheid is geboden. We moeten aannemen dat deze rij geneesmiddelen nog niet volledig is en dat er in de loop van de tijd meer medicijnen aan toegevoegd zullen worden.

UITSLAG VAN DE TEST
Elke hond beschikt op het MDR1-gen over 2 allelen (1 van vader en 1 van moeder). De testuitslag kan dus drie uitkomsten bevatten:

  • Uw hond is vrij: 2 normale allelen (+ / +): uw hond vertoont geen overgevoeligheid voor de risico-middelen en kan geen afwijking doorgeven aan zijn nakomelingen.
  • Uw hond is drager:1 normaal en 1 defect allel (+ / -): uw hond vertoont een variabele, maar minder ernstige gevoeligheid voor de risico-middelen en geeft de afwijking door aan de helft van zijn nakomelingen.
  • Uw hond is lijder: 2 defecte allelen (- / -): uw hond vertoont in hoge mate overgevoeligheid voor de risico-middelen en geeft de afwijking door aan al zijn nakomelingen.

Voor al deze honden geldt natuurlijk dat ongewenste bijwerkingen van geneesmiddelen niet worden uitgesloten. Deze kunnen bij alle rassen voorkomen. Verder moet de kanttekening gemaakt worden dat de dragers en de lijders volkomen normaal functionerende dieren zijn, zolang ze geen risico-middel toegediend krijgen.

FOKKERIJBELEID
Nu lijkt het in het kader van het fokkerijbeleid logisch om lijders en dragers uit te sluiten van de fok en alleen te fokken met dieren die over twee normale MDR1 allelen beschikken. Dit is helaas bij een aantal rassen geen optie, omdat we dan ook de positieve eigenschappen van een meer of minder grote groep dieren 'weggooien'. Dit kan schadelijk zijn voor een ras omdat er te veel van de beschikbare erfelijke variatie verloren zou gaan.
Wel kan er door de mogelijkheid om via een test de MDR1-status van een dier vast te stellen een plan van aanpak gemaakt worden met betrekking tot de fokkerij. In eerste instantie is het al heel belangrijk dat er kan worden voorkomen dat er lijders (- / -) geboren worden. Daarna zal langzaam overgegaan kunnen worden tot vermindering van het aantal dragers om zo het ongewenste allel uit de populatie te verwijderen, zonder dat daarbij andere belangrijke kenmerken van een ras verloren gaan.

Bron: WHG Dierenartsen - Drs. Karima Sarie